Reisverhaal ingezonden door Anonieme Nederlandse Reiziger
 

Terug naar de Hoofdpagina

Algemene Informatie over Brazilië

Wat is Ecologisch Verantwoord Reizen

Map van Brazilië

Bestemmingen en Reizen

Overzicht Prijslijst

Organisatie

Wie zijn Wij

Andere Reisverhalen

Stuur uw Reisverhaal

Neem Contact op

Heeft u vragen of suggesties ?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er is een eilandje, bij Brazilië, met de exotische naam Fernando de Noronha. Eigenlijk mag je er niet komen, maar vooruit, een paar toeristen worden toegelaten. En als je er eenmaal bent, mag je niets, maar dan ook niets doen wat de natuur verstoort. Maar, als je dan in de baai honderden dolfijnen ziet spelen, weet je dat het allemaal de moeite waard was.

In dit unieke stukje Brazilië mag je blij zijn als je wordt toegelaten.

Indringer op het eiland van nee

Te bang om iets te missen stappen we om kwart voor vijf ‘s morgens al in de buggy. Het is dat ‘t ding zo’n herrie maakt, anders zou je zeggen dat het eiland in diepe rust was.

Een wit paard doemt spookachtig op in het pikkedonker. Even later ontwijken we ternauwernood een hond. Als we parkeren onder een paar bomen en te voet de laatste paar kilometer afleggen, springen in het licht van de zaklamp tientallen padden voor onze voeten weg. Maar bij de Mirante dos Golfinhos blijkt dat we toch niet de eersten zijn. Een man of zes zit al, verrekijkers in de aanslag, op de houten bankjes onder een boom. Gapend gaan wij ook zitten wachten, starend naar de baai vijftig meter beneden ons. Een uur later, half lek gestoken door muggen: nog steeds niks. Ja, we denken het gesnater van dolfijnen te horen. Maar het zijn de zeevogels, die ook langzaam wakker worden. En dan, vijf minuten later, opgewonden; daar zijn ze. Een groep van zo’n 50 dolfijnen zwemt de baai binnen. Even later nog 20. En dan een school van zeker 100! Het is waanzinnig. Ze springen hoog op, draaien. Tuimelen, maken driedubbele salto’s voorover, achterover, soms heel mooi synchroon met z’n tweeën tegelijk, af en toe hoor je de klap waarmee ze weer op het water komen. Pure lol straalt er vanaf. En nog steeds zwemmen groepen dolfijnen de baai binnen, overal waar je kijkt, zitten ze nu.

Volgens schattingen leven er zo’n 700 tuimelaars in de Baia dos Golfinhos van het Braziliaanse eiland Fernando de Noronha, de grootste groep dolfijnen met een vaste verblijfplaats ter wereld! Iedere dag rond drie-vier uur’s middags trekken ze in grote aantallen de Atlantische Oceaan in, om te gaan jagen op voedsel, en rond zes uur ‘s morgens komen ze weer terug in de warme, veilige baai, om uit te rusten, te paren en vooral te spelen. Het is absoluut verboden om het spektakel van dichtbij te bekijken, zwemmend of vanaf een boot, en je moet naar het Mirante, Portugees voor uitkijkpunt, voor het beste zicht op het natuurlijke dolfinarium.

In het vliegtuig van Recife naar Fernando de Noronha moet je een formulier invullen met je hele hebben en houden en daarvoor krijg je van de vliegmaatschappij gratis een pen, met dolfijntje. De stewardessen dragen sjaaltjes met dolfijntjes en ook op de bekertjes staat een dolfijntje. Het is duidlijk; dolfijnen zijn de grootste klapper hier. Maar er nog veel meer. Voor Brazilianen is het eiland een soort bedevaartsoord, zo mooi en bijzonder is het.

De receptionist van een hotel op het vasteland is stinkend jaloers als hij hoort dat wij ook mogen. Inderdaad: mogen. Fernado de Noranha is een eco-eiland, sinds 1988 voor het grootste deel national park. Er mogen maar 480 toeristen tegelijk zijn, en soms nog minder als er bijvoorbeeld een watertekort is. Het eiland wordt ook wel het “Eiland van Nee” genoemd. Omdat er zoveel niet mag. De ruim 2000 inwoners moeten goedkeuring vragen aan de IBAMA, het Braziliaanse Milieu-intstuut, voor zelfs de groenten die ze willen verbouwen en de materialen die ze willen gebruiken voor hun huis. Toeristen krijgen een hele waslijst verboden onder de neus: vissen en speervissen, planten en bloemen plukken, schelpen verzamelen, afval achterlaten, andere eilanden bezoeken (de archipel telt er 21), de mangroves in, dieren doden of voederen, voedsel in zee gooien en nog zo wat van die dingen.

Marilúcia van pousada Leão Marino vindt dat ze 24uur per dag beschikbaar moet zijn voor haar gasten, klampt zich aan ons vast en in een onafgebroken stroom perfect Engels, wat nogal een uitzondering is hier, vertelt ze over al het moois wat we absoluut moeten gaan zien, hoe we er moeten komen, hoe lang we er moeten blijven, hoeveel water we moeten drinken, hoe vaak we ons in moeten smeren en wat we moeten eten; Vis in bananenblad. En daarna dansen in de Cachorro-bar. Pas dan kun je dolfijnen gaan kijken. Dat is de traditie.

Met de buggy - andere auto’s zijn niet te huur – gaan we er de volgende ochtend op uit. Er is één weg van een kleine zeven kilometer (het eiland is maar 17 km2) en verder zijn  er zandpaden vol kleien en kuilen die je in de buurt brengen van de meest idyllische en adembenemende baaien die je je maar kunt stellen. Volgens josé, de man van Marilúcia, vind je hier de mooiste stranden van Brazilië.

Praia do Leão, (Leeuwenstrand, omdat een rots in zee met een beetje fantasie op een leeuwenkop lijkt), is een van de drie: zacht, fijn, wit zand, het helderste water dat ik ooit heb gezien en nauwelijks een mens te bekennen. Her en der staan stokken op het strand: daar moet je uit de buurt blijven, want er zit een schildpadnest onder. Van december tot mei leggen groene zeeschildpadden hier hun eieren en bij het infocentrum van Tamar kun je vragen of je mee mag de eieren zien uit komen. Tamar is een project ter bescherming van schildpadden en heeft 21 centra’s verdeeld over heel Brazilië. We hebben geen geluk wat de eieren betreft en verkassen naar het buurstrand, Baia do Sueste (Zuidwest-baai). Volgens José moeten we, als we in het midden van de Baai blijven, volwassen schilpadden tegenkomen, en je hebt zelfs kans op een met uitsterven bedreigde karetschildpad. Heerlijk gesnorkeld!

Op naar het volgende strand, Praia da Atalaia. Geen mens te bekennen. Het is een natuurlijk aquarium, met de getijdenpoelen als een soort kraamkamers, en omdat de jonge vissen zo kwetsbaar zijn, mag je niet eens zonnebrandmelk gebruiken.

Hierna naar Mirante do Buraco da Raquel, een uitkijkpunt waarvan je bij hoog water haaien voor de rotsen ziet zwemmen; er komen in dit gebied 14 soorten haaien voor.

Het is hier niet altijd zo paradijselijk geweest als nu.

De eilandengroep werd rond 1500 ontdekt door een Spaanse avonturier en een portugese aristocraat, Fernando de Noronha, kreeg het strategisch gebied van Koning Dom Manuel als dank voor het hout dat hij vanuit Brazilië naar Europa bracht. De Noronha zelf zette nooit een stap op het eiland, dat al snel bezet werd door de Engelsen, daarna door de Fransen, daarna door de Nederlanders en in 1737 viel het definitief in handen van Portugal. In der loop der jaren is het eiland gebruikt als gevangenis, militaire basis (in de Tweede Wereldoorlog), weerstation, luchtmachtbasis en als toeristische bestemming vanwege het natuurschoon. Boven water is er ook een en het ander aan bijzondere beesten te vinden, waaronder 24 soorten zeevogels, en er zijn prachtige wandelingen te maken. Lekker gemaakt door verhalen over glashelder water en tamme schildpadden die lucht komen happen bij duikers, dolfijn-zekere duiken en jonge haaien die heel nieuwsgierig hun neus tegen onderwatercamera’s en-leitjes duwen, nemen we een kijkje onder water. Het is prachtig. Warm water. Een meter of twintig zicht. Grote papegaaivissen, sergeant-majoortjes, vlindervissen, doktervissen, juffertjes, een rots vol langoesten, een enorme joekel van een zeebaars, een school barracuda’s, en jawel hoor, een meter of tien in de verte: een grijze haai. We zijn blijkbaar niet in het goede tijd van het jaar. “Van december tot maart is het zicht niet zo goed, vanwege de woelige zee en de soms vijf meter hoge golfen. Dan zie je hier heel veel surfers,” zegt Patrick Muller, een ilhéu, een import-eilandbewoner (en geen nativo, zoals de man van Marilúcia; een toerist heet haulie) die negen jaar geleden van zijn hobby zijn beroep maakte: hij begon duikschool Atlantis Divers op het eiland. Over de nativos, de oorspronkelijke eilandbewoners, kan hij af en toe half vermaakt half wanhopig zijn hoofd schudden.

Een schoon eiland is goed voor iedereen, voor de toeristen en voor onze kwaliteit van leven.                                                                                                                               

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                                               

Hoofdpagina Reisverhalen Map Brazilië Neem Contact op Stuur Uw Reisverhaal