![]() |
Reisverhaal ingezonden door een groepje Nederlandse avonturiers | ![]() |
|||||
|
Algemene Informatie over Brazilië Wat is Ecologisch Verantwoord Reizen Heeft u vragen of suggesties ?
|
BUFFELEN TUSSEN DE TAFELBERGEN Er ooit van gedroomd met een mountainbike in de hand over boomstammen te klauteren, als een klimgeit over rotsblokken te dansen en over een Zuid Amerikaans moeras te pedelen? Dit is een reisverhaal naar de Chapada Diamantina, de groene Grand Canyon van Brazilië. Twaalf uur ’s middags. Ik zoek beschutting tegen de felle zon in een grot boven de rivier, die woest langs de rotsen spuit. Reinoud en een gids zwemmen bij de waterval en knutselen een stellage van touwen in elkaar. De anderen hangen vermoeid onderuit. Hoeveel dagen zijn we nu al aan het klimmen, vanuit het hart van de Chapada Diamantina terug naar de bewoonde wereld? Het is alsof deze ruige tafelbergen ons niet willen laten gaan. Steeds weer versperren ravijnen en rivieren ons de weg. Een niemandsland, tweehonderd kilomenter lang en meer dan honderd kilometer breed. Soms dreigend als de Grand Canyon, soms heet als de jungle, soms koud als het hooggebergte, maar altijd betoverend. Ik klim naar de waterval en daal aan het touw dertig meter af. We hebben inmiddels zoveel afgronden achter de kiezen dat mijn hoogtevrees begint de slinken. Nog zeven uur lopen vandaag. Eerst twee uur steil omhoog, zwoegend door het manshoge gras dat de rotswand bekleedt. De zware rugzak doet je knieeën kraken, het zweet gutst langs onze ruggen. Dan de lange afdaling naar het stadje Lençois dat zijn naam dankt aan de diamantzoekers die hier ooit neerstreken. Vanuit de lucht leken de duizenden tenten op zakdoeken, wat "Lençois" in het portugees betekent. De gelukkigen werden steenrijk, bouwden witte herenhuizen en stuurden hun grut naar Franse Kostscholen. In een Hangmat likken we zes uur later onze wonden Schemering. Een uil klapwiekt over de rotsen waar nu cactussen en orchideeën bloeien. Reinoud, mijn colega, pestend: "Ook zo’n trek in een koud pilsje?" Onze Braziliaanse gids kijkt vragend om: "Gaat het, of moet ik jullie rugzakken overnemen?" We wimpelen zijn aanbod af. Onzin! Hij heet Fabio, maar men noement hem Fabão. Dat betekent "De Sterke". Met zijn stierennek en zijn spiermassa’s zou hij zo voor Rambo kunnen spelen. Maar daarvoor is hij te sympathiek. Er is geen pad, maar Fabão weet blindelings de juiste route te vinden. Hier in de Chapada is hij opgegroeid, dit is zijn speeltuin. Moeiteloos balanceert hij over rotsen, gruis, spekglad zandsteen. Verderop klinkt gebulder. Fabão: "De rivier, we moeten opschieten. Door de regen stijgt het water snel, en we moeten naar de overkant." De zon is al weg en over een kwartier zal God het licht uitdoen. Op de scherpe rotsen, die hier op tanden van koraal lijken, haal ik voor de zoveelste keer m’n knieën open. Who cares? We zijn net op tijd. Hand in hand gaan we door het schuimende water om niet door de stroming te worden meegesleurd. "Nog twee uur", wijst Fabão. Hij is zichtbaar moe en het kost hem moeite om ons tempo te volgen. In het zicht van de finish krijgen wij juist vleugels. In de verte de eerste lampen. Uit een koloniaal gebouw klinkt jazzmuziek. Dan de straatklinkers en kinderen die ons met grote ogen volgen. Lençóis. Reinoud en Andersen, onze abseil-specialist, lopen naar het grote plein. Ik volg Fabão naar de steeg waar hij woont. Op de stoep gezeten steken we een sigaret op, terwijl bloedmooie, donkere vrouwen glimlachend passeren. Een van hen tilt de staart van een straatkat op om te zien of ie een kater is. Ze lacht, en Fabão knikt naar haar: "Nu ben ik moe, schatje, maar morgen kom ik bij je langs." Tegen mij: "Holf, je hebt gewonnen." Met de letter R hebben ze allemaal moeite. Een gitzwarte jongen draagt Fabão’s rugzak naar het plein. Rond onze tafel op het terras van Café Grisante verzamelt zich de dorpselite en rinkelen lege flessen Antartica-bier over het plaveisel van kinderkopjes. Ik voel me volmaakt gelukkig. Reinoud blijkbaar ook. "Soms heb je na een paar slokken bier het gevoel dat alles helder wordt", nijmert hij ernstig. We schateren het uit. Het was een zware voettocht en we vinden dat deze ook feestelijk moet worden gevierd. De galzen caipirinha (net zo lekker als een Cubaanse mojito, maar veel sterker) worden opgeheven. Saude, proost! Nu op naar de swingende drums van Salvador de Bahia, de bekroning van ons Braziliaanse avontuur. De vliegreis met stops in Parijs en São Paulo is vermoeiend. Daarna de zes uur durende autorit met gastheer Lenauro, die ons op de luchthaven van Salvador oppikt, en over een hoogvlakte naar het hart van de Chapada Diamantina rijdt. Die met zijn adembenemende bergketens, kloven, grotten, kristalheldere rivieren en watervallen één van de meest opwindende natuurgebieden van Zuid-Amerika is. Lenauro omzeilt handig de boomdiepe kraters in het asfalt. Mango’s en cashewnoten groeien langs de weg. En later de mumu of levensbomen, de enige op dorre grond die vruchten en schaduw bieden. In Lençois een hotel aan de sneltromende rivier, het getjilp van krekels en gebrul van kikkers. De volgende ochtend ontmoeten we de gidsen. Naast Andersen en Fabão zijn het Baggio en een mountainbike-gids. Lenauro: "Het zijn harde jongens. Ze zitten bij de vrijwillige brandweer, kennen het gebied als hun broekzak en voeren reddingsoperaties uit als iemand in de problemen komt. Er valt hier wel eens iemand naar beneden." Fabão blikt meewarig naar mijn sportschoenen: "Daarmee red je het niet. Die zijn over vijf dagen aan gort." Onze openingszet is de mountainbike-rit: 18 kilomenter door ruig terrein dat tussen de tafelbergen door glooit. Een gebied met chicanes als doornstruiken, bekend die versperd zijn door omgevallen bomen, diepe kuilen en uitputtende klimmetjes. Een echte ballenbreker. Onderweg kruist een ruiter ons pad. Het blijkt een gaucho te zijn die helemaal uit Argentinië komt. Boven zijn door de zon geblakerde hoofd zweeft een roofvogel Vaia con dios. In een hangmat bij een verloren bouwsel likken we zes uur later onze wonden, maar al gauw begint onze drie uur durende klim naar het massief rond de Fumaça, met 380 meter de hoogste waterval van Brazilië. Kolibries en kwetterende parkieten zoemen rond ons heen. De ondergaande zon sproeit goud op de rotswanden. Het is al donker als we het vlakke plateau en de grot bereiken waar we zullen slapen. Maar een zwerm bijen heeft er een nest opgehangen en dat is linke soep. Na mislukte pogingen om ze uit te roken, maken we verderop onder overhangende rotsen bivak. Boven het houtvuur roostert Baggio hompen geitenkaas die hij met honing overgiet – een lokale delicatesse. Al snel gaat het gesprek hartstochtelijk over voerbal en autoracen, naast sex & samba de passie van Brazilianen. Lenauro prijst ons Jos (Verstappen). "Hij rijdt, net als Senna deed, tenminste met zijn hart." De gidsen slapen op de rotsen, wij gaan knock-out in ons tentje. Te klein en niet echt stevig. Dat blijkt als een storm opsteekt en Reinoud er ’s nachts uit moet om de boel met grote kleien vast te pinnen. Recht onder ons gaapt een duizelingwekkende leegte Opstaan. Een kille wind stuurt mistvlagen voorbij. Meer Schotland dan Brazilië, maar ja: we zitten in de regentijd. In oktober zal de zon schijnen. Fabão ligt te rillen op een rotsrichel. Hij heeft geen slaapzak en probeert zich warm te houden met plastic zakken. "Ik werd gek van het gehuil van de wind," klaagt Lenauro. "Wat een herrie. Het lijkt de formule 1 wel." Baggio blaast het vuur aan en serveert het ontbijt: brinta-pap met honing en kaneel en vervolgens roerei. Perfect. De tafelberg waarop we zitten, is doorsneden door diepe rivierbeddingen. Mini-canyons en afgrijselijke kloven. Je verliest er elk gevoel voor richting . Een echt labyrint. Reinoud's kompas heeft het allang begeven en geeft alleen het noorden aan. Te veel ijzer in de grond? Zou kunnen, want alle stroompjes en waterbekkens zijn roestbruin. "Coca-cola," grapt Fabão. "Maar dit smaakt beter. Het lekkerste water op aarde. Geen mensen, geen vuil." Een zwerm zwarte insecten duikt op ons neer: "Killer-bees" Ik hoop dat hij gelijk heeft, want al gauw is het bloedheet en we moeten veel drinken. Water meenemen is onmogelijk, dus zijn we vijf dagen op Fabão’s cola aangewezen. We drinken uitsluitend stromend water. "Zodra het stilstaat, zitten er larven in," zegt Fabão. Bepakt klauteren we over glibberige granietplaten. Dan is er een trechter in de rotswand en daarachter niets: een gapende afgrond. Op onze buik schuiven we naar de rand. Recht onder ons gaapt een duizelingwekkende leegte, een gat van 400 meter diep. Je zult hier in het donker lopen... De Fumaça- of Smokewaterfal is de hoogste van Brazilië. En een verhaal apart. Door de stijgwinden stort een deel van het water niet naar beneden, maar blijft het in grote druppels in de lucht zweven. Je kunt de "waterbolletjes" bijna aanraken. "Het kostte me meer dan twintig minuten om hier ab te seilen," zegt Andersen koeltjes. "Het touw blijft maar door je handen glijden, tot je handschoenen roodgloeiend zijn." Ik kijk nog eens omlaag. Hier aan een touw bungelen? Wat een lef! "Het kan ook sneller," lacht Fabão. "Vijf mensen zijn hier naar beneden gesprongen. Eenje heeft het overleefd. Maar dat was een base-jumper. De anderen pleegden zelfmoord. Stel je voor hoe lang je aan het vallen bent voordat je te pletter slaat. Man..." Andersen heeft een rugzak vol touw bij zich. Of we... "Nee, bedankt." En dus glibberen we urenlang langs de gladde wand omlaag. Een misstap en je ligt honderd meter lager. Een gat in de rotsen, bijgenaamd De Muil van de Hel, is zo steil dat we de touwen alsnog nodig hebben. Daarna zorgen lianen en boomwortels voor een verraderlijk houvast. In de kloof zorgen gigantische brokken graniet voor een ‘passend’ toegift als ik er ruggelings op kwak. Lenauro kan er om lachen: "Echte macho’s hebben drie ballen." Aan de voet van de Fumaça-waterval, waar de echo’s eindeloos rondzingen, plonsen we naakt in het kristalheldere meer. Daarna volgen we de loop van de rivier door jungle-achtig oerwoud, springend van rots naar rots. Je hebt absoluut geen talent nodig om hier een salto mortale te maken. Opnieuw een overnachting bij een grot. Het geluid van ritselende takken. Baggio schijnt met zijn zaklamp op de struiken. De bruinwit gestreepte kop van een dier dat op de behaarde big lijkt, loert naar ons. "Goed voor de kookpot," opper ik. Maar Baggio maakt afwerende gebaren: "Nee, het is een stinkdier!" Derde dag: na een eindeloze serie cascades –stroomversnellingen- bereiken we de Capivara waterval. Fabão en Anderson spannen een touw naar de overkant van de meer: 30 meter lager. Fabão zeilt als eerste omlaag. In mariniersjargon heet dit tokkelen. Maar hier maak je eerst een formidabele vrije val. Op weg naar een monumentale grot, 18 km verderop. Die leent zich prima voor een nummertje abseilen. De gidsen hebben net het touw en de haken op de grond gelegd als één van hen een kreet slaakt. Een zwerm zwarte insekten duikt als kamikaze-piloten op ons neer. Killer-bees! In paniek rennen we terug, wild om ons heen slaandon de steken af te weren. De van origine Afrikaanse bijen, die hun Braziliaanse soortgenoten inmiddels hebben uitgeroeid, zijn razendsnel en achtervolgen ons een halve kilometer. Niks gezoem, meteen prik! Mijn linkeroor is lelijk opgezwollen en ook in mijn nek voel ik harde plekken. Fabão is er slechter aan toe. Omdat hij zonder t-shirt liep, zit zijn hele rug onder de rode vlekken. Een boer in de buurt schildert hoe hij zich twee dagen in zijn lemen hut had opgesloten om de Killer-bees van zich af te houden. Het beste medicijn is drank. Dus gaat die avond bij het vuur de laatste fles leeg. Hilarische lachsalvo’s als onze Braziliaanse vrienden elkaar beschuldigen gay – homo – te zijn. Tenslotte zijn we allemaal gay, zelfs de Killer-bees. Bij het eerste licht op pad. Een mooie route langs een tafelberg die De Kameel wordt genoemd. Dan een diepe grot in. Met dynamiet hebben mijnwerkers de buik van de berg opgeblazen. In het schijnsel van de zaklampen klauteren we zwijgend over brokstukken graniet van vier meter. "Hier werd," zo verteld Lenauro, "de zwarte diamant gedolven. Aanvankelijk waardeloos tot men ontdekte dat ze uiterst geschikt waren voor zwarte boorkoppen. Dankzij onze Chapada ‘steentjes’ zijn het Panama-kanaal en de metrotunnels van Parijs en London gekomen." Door een breed gat in het plafond van de grot stroomt licht. Er hangt een touw en daarlangs komt komt Andersen veertig meter omlaag zoeven. Een super-acrobaat, want bij een herhaling van het kunstje hangt hij met zijn kop naar beneden. Reinoud grijnst: "Ik ook!" En voegt meteen de daad bij het woord. Sil, zijn zoon van zeven maanden zou trots op hem zijn geweest. Zelf pas ik. Die middag met een jeep naar de Marimbus, een moerasgebied waar gevluchte slaven zich een halve eeuw schuil hielden. Zij werden pas 25 jaar na de afschaffing van de slavernij ontdekt, maar hun nazaten besloten hier te blijven. De nederzetting heet ‘Remanso’. Povere huisjes rond een kerkje met een wit kruis op de voorgrond. De bewoners zijn zo zwart dat je je in Afrika waant. Hun taal is doorspekt met een Nigeriaanse dialect. Er zijn gezinnen met elf kinderen. ’s Nachts zouden we hun gehuil horen. Maar eerst sturen we de blauwe kano van het stamhoofd met de stroom mee. Het is een wirwar van idyllische kreekjes met papyrus-stengels op de kant. Lenauro: "Dit is Venetië." Of hij er is geweest? "Nee, wel als ik Ronaldo was geweest." Een ijsvogel vliegt voor ons uit naar de waterval. Het verloop van de vijfde dag en het zoete welkom in Lençois is in de aanhef afdoende beschreven. Dat had, zoals gezegd, alle munitie in zich om doden weer tot leven te wekken. Wat een nacht! Terug in Salvador (hoofdstad van de staat: Bahia) Maar goed, Salvador de Bahia nog. De miljoenenstad met zijn rijke historie waar ooit de slaven uit Afrika aan land kwamen. We zijn laat vertrokken en arriveren pas tegen middernacht. Maar op het strand is nog een barbecue-party aan de gang. De muziek is opzwepend: een mix van samba en reggae. We kopen een paar flessen drank en vragen of we mogen aanschuiven. Nou, dat is geen enkel probleem, integendeel. De gastheer lacht uitbundig als hij hoort dat we uit Nederland komen en straks met honderd man zullen terugkeren. "Als jullie maar niet net als in de 18de eeuw weer onze stad komen veroveren," zegt hij. Veel later rollen we de slaapzakken uit in het zand. "Lekker," murmelt Reinoud in zijn slaap, "klotsend water." Veel te snel beleven de magie van een zonsopkomst boven de oceaan. De Pelourinho in, de historische wijk van Salvador met zijn terrasjes en oude straatklinkers die zijn naam kreeg door de geselpaal waaraan slaven destijds werden vastgebonden en afgeranseld. Maar deze bruisende stad biedt veel meer. Zoals de befaamde trommelaars die op een videoclip van Michael Jackson de Bahia-sound introduceerden, de boksscholen aan de boulevard, de elegante capoeira-krijgdansers die met blote handen en voeten vechten, de pousada’s waar in cocosmelk en palmolie gestoofd vis wordt geserveerd. Ook dat is Brazilië, Welkom aan boord, straks...
|
|